Stel je voor: je beleggingsportefeuille knalt een jaar lang omhoog.
Jij blij, want je denkt: “Lekker, dit is het rente-op-rente-effect waar iedereen het over heeft”
En dan komt de Belastingdienst langs met: “Gefeliciteerd met je rendement. Mag ik even 36%….?”
HUHH….je hebt nog niks verkocht, toch.
Jij denkt foutje en het is alleen winst wat op papier is en je hebt NIETS in handen.
Dat is precies waar de discussie over Box 3 voor 2028 nu om draait: Belasting over (deels) ongerealiseerd rendement, oftewel belasting over waardestijgingen die je nog niet hebt verzilverd.
Dit kan grote gevolgen hebben voor (beginnende) beleggers en iedereen die probeert vermogen op te bouwen.
In deze blog vertaal ik de kern van die boodschap naar normale mensentaal, mét context:
wat is er aan de hand, waarom is er zo’n haast, wat zijn de risico’s, en wat kun jij praktisch doen om niet straks verrast te worden.
Disclaimer: dit is géén juridisch of financieel advies. Het is een uitleg/duiding van de besproken plannen en de mogelijke impact. Wil je dit toepassen op jouw situatie? Ga dan langs een fiscalist of financieel adviseur.
1) Wat is er nu precies “bekend geworden over box 3 in 2028”?
De kern: het kabinet wil per 1 januari 2028, een nieuw Box 3-stelsel invoeren dat uitgaat van “werkelijk rendement” in plaats van het huidige (forfaitaire) stelsel. De Tweede Kamer lijkt dat wetsvoorstel “schoorvoetend” te steunen, maar met stevige kanttekeningen en veel discussie over de vorm.
En dan komt het politieke haastwerk: om 1 januari 2028 te halen, moet de Tweede Kamer het voorstel “uiterlijk 15 maart 2026” aannemen, omdat Belastingdienst, banken en verzekeraars tijd nodig hebben om hun systemen aan te passen. Als dat niet lukt, dreigt er in 2028 een gat in de begroting van circa “€ 2,4 miljard”.
2) Waarom überhaupt een nieuw Box 3-stelsel?
Het huidige Box 3-stelsel werkte met een “fictief (forfaitair) rendement”.
Alleen: de Hoge Raad heeft dat stelsel op punten onhoudbaar verklaard, waardoor er al jaren wordt gezocht naar iets dat juridisch beter klopt.
De “Wet werkelijk rendement box 3” is daar het antwoord op: belasting heffen op wat je écht verdient met je vermogen.
Dat klinkt eerlijker. In de basis.
Maar de duivel zit in de details: wat is “werkelijk rendement” precies? En vooral: wanneer belast je het?
3) Werkelijk rendement = direct + indirect rendement
In veel uitleg rond het voorstel wordt “werkelijk rendement” opgesplitst in twee smaken:
1. Direct rendement: rente, dividend, huur (cash die je daadwerkelijk ontvangt).
2. Indirect rendement: waardeverandering van je beleggingen (aandelen die stijgen, vastgoed dat meer waard wordt, fondsen die op papier groeien).
En daar ontstaat de spanning: indirect rendement is vaak “ongerealiseerd” zolang jij niet verkoopt.
Heel concreet:
- Jij koopt iets met het idee “ik hou dit 10 jaar vast”.
- In jaar 3 schiet de koers omhoog.
- Jij verkoopt niet (want je plan is 10 jaar).
- Maar je krijgt wél een belastingrekening alsof je die winst al binnen hebt.
En als in jaar 4 de koers weer instort (wat, laten we eerlijk zijn, gewoon gebeurt),
dan heb jij al belasting betaald over winst die achteraf misschien niet eens winst was.
Dat voelt voor veel mensen niet “eerlijker”, maar vooral: “risicovoller”, en het kan je dwingen om tegen je eigen strategie in te handelen.
4) Ongerealiseerd rendement: waarom dat zo’n hoofdpijndossier is
“Ongerealiseerd rendement” klinkt technisch, maar het is eigenlijk super simpel:
Gerealiseerd: Je verkoopt met winst. Je hebt geld op je rekening.
Ongerealiseerd: Je hebt winst op papier, maar nog niet verkocht. Geen cash.
Als je belasting heft op gerealiseerde winst, is de logica duidelijk: je hebt geld → je betaalt belasting.
Als je belasting heft op ongerealiseerde winst, kan het gebeuren dat je belasting moet betalen “zonder dat je cash hebt”.
En dan krijg je dit soort situaties:
- Je hebt aandelen die hard stijgen.
- De belastingrekening komt.
- Jij moet verkopen om belasting te betalen.
- Daardoor bouw je minder vermogen op, want je bent gedwongen winst af te romen op momenten die niet per se slim zijn.
Dat is “een gogeltruc”: elk jaar weer puzzelen welke stukken je verkoopt om de belasting te kunnen betalen, terwijl je eigenlijk gewoon lange termijn wil opbouwen.
5) Vermogensaanwasbelasting vs vermogenswinstbelasting (en waarom dat verschil alles is)
In de discussie rond Box 3 duiken twee begrippen op die je echt even moet kennen:
A) Vermogensaanwasbelasting
Je betaalt (ook) belasting over “waardestijgingen”, dus aanwas, ook als je niet verkoopt.
Dit is waar die “ongerealiseerde winst” discussie meestal onder valt.
B) Vermogenswinstbelasting
Je betaalt belasting op het moment dat je “winst realiseert”, dus bij verkoop.
In de Kamer hoor je (volgens verschillende verslagen) dat partijen als VVD en CDA, en ook bijvoorbeeld JA21 en BBB, liever richting een zuivere vermogenswinstbelasting gaan: pas heffen bij verkoop.
Tegelijk zijn er partijen die juist belasting op waardestijgingen (dus aanwas) verdedigbaar vinden, omdat het anders “te makkelijk” kan worden om rendement jarenlang uit te stellen.
Belasting op ongerealiseerde winsten “een puinhoop in wording”!! Laten we daar duidelijk in zijn.
6) De politieke haast: 15 maart 2026 is de “alles-of-niets” datum
Wat deze discussie extra spicy maakt, is die harde deadline.
De overheid zegt zelf: wil je 2028 halen, dan moet het voorstel “uiterlijk 15 maart 2026” door de Tweede Kamer.
Waarom? Omdat:
- Belastingdienst ICT moet verbouwen,
- Banken en verzekeraars gegevens moeten kunnen aanleveren,
- Systemen (en processen) jaren voorbereiding vragen.
Als het niet lukt, ontstaat dat begrotingsgat (circa € 2,4 mrd).
En dan voelt de Kamer zich, zoals het in berichtgeving werd omschreven, “opgejaagd en gegijzeld”. (Ze hebben al maanden de keuze uitgesteld maar nu is er opeens haast..)
Dat zorgt voor het risico dat er iets wordt aangenomen als “tussenstation” (“we fixen het later wel”) dat vervolgens gewoon… blijft hangen.
En ja, dat gebeurt vaker dan je lief is.
7) “Tussenstation” of “eindstation”? Dáár zit de angst
Nu: erdoorheen duwen, want 2028 moet gehaald,
Later: mogelijk aanpassen richting een bredere vermogenswinstbelasting, maar “technisch/uitvoerbaar” niet op tijd.
De Raad van State is in dat verhaal belangrijk, omdat die eerder stevige kritiek gaf op uitvoerbaarheid en gevolgen.
Het advies is eind 2024 vastgesteld en gepubliceerd.
De angst die je bij veel mensen ziet:
Als het eenmaal staat, gaat het niet meer weg.
Want elk systeem dat miljarden oplevert, krijgt automatisch politieke bescherming.
Dan wordt “tijdelijk” ineens “ach ja, we evalueren het over drie jaar”.
8) Wie krijgt de klap? De opbouwers (de starters die vermogen willen opbouwen)
- Mensen met heel (veel) vermogen (die kunnen optimaliseren, structureren, emigreren of dure adviseurs inschakelen)
- De “gewone” belegger die gewoon vermogen probeert op te bouwen naast werk en leven.
Als je met relatief beperkte bedragen begint, heb je niet de ruimte om elk jaar fiscale schaakspelletjes te spelen.
Dan ben je gewoon de pineut als er belasting komt over waardestijgingen.
De eerste € 100.000 vermogen opbouwen is het moeilijkst.
Daarna gaat het sneller door het rente-op-rente-effect.
Maar als je al in die opbouwfase jaarlijks belasting moet aftikken over papieren winst, dan rem je dat effect af.
9) Vrijstelling: van heffingsvrij vermogen naar heffingsvrij rendement
In 2026 “is er nu een vermogen van € 57.000 belastingvrij” en “straks is de eerste € 1.000 winst belastingvrij”.
In andere uitleg over het wetsvoorstel zie je vaak een “heffingsvrij rendement”
(bijvoorbeeld € 1.800 per persoon per jaar genoemd) in plaats van een heffingsvrij vermogen.
Wat je hier vooral moet onthouden (los van het exacte bedrag): de logica verandert.
- Nu: Je hebt een vrijgesteld stuk vermogen (heffingsvrij vermogen).
- Straks (voorstel): Je zou een vrijgesteld stukje rendement hebben (heffingsvrij rendement), en je betaalt sneller mee zodra je rendement maakt.
Dat betekent in de praktijk: je kunt eerder “in de heffing” vallen dan je gewend bent, zeker in jaren waarin markten goed draaien.
10) Het Raad van State-verhaal: “complex en zwaar”
Het gaat niet om “vindt iemand het eerlijk”, maar om: kan dit überhaupt werken?
De Raad van State waarschuwde voor ingrijpende gevolgen voor burgers en Belastingdienst, met o.a.:
- Complexiteit,
- Meer administratieve lasten,
- Risico op fouten,
- Druk op dienstverlening,
- En de noodzaak van extra capaciteit en systeemaanpassingen. (1000 mensen moeten er worden aangenomen)
Nu maken mensen al fouten in aangiftes zonder kwade wil. Als je dan een nóg ingewikkelder stelsel maakt, gaat dat exploderen.
En dan krijg je:
- Meer bezwaarprocedures,
- Meer frustratie,
- Meer “ik snap het niet”,
- En uiteindelijk een Belastingdienst die nóg minder ruimte heeft voor fatsoenlijke service.
En ondertussen betaalt iedereen wel.
11) Wat betekent dit concreet voor jou als belegger/ondernemer?
Oké, laten we het praktisch maken.
Niet in de zin van “doe dit en je bespaart belasting” (dat is advies en dat hoort bij een professional), maar in de zin van: hoe voorkom je dat je straks compleet verrast wordt?
1) Reken jezelf niet rijk op papier
Als jij een portfolio hebt dat 20% stijgt, voelt dat als winst. Maar zolang je niet verkoopt, is het een ‘papieren’ winst.
Als er straks heffing kan komen op waardestijgingen, moet je die winst ook zo behandelen: als “mogelijk belast” en dus niet als vrij besteedbaar.
2) Zorg voor een liquiditeitsbuffer (belastingbuffer)
Dit is de meest saaie tip, maar ook de meest volwassen: zorg dat je cash hebt om een mogelijke aanslag op te vangen, zonder gedwongen verkoop. Denk: spaarrekening, money market fund, iets wat niet mee-implodert als de markt corrigeert.
3) Word admin-sterk (ja, ook jij)
Als het systeem richting werkelijk rendement gaat, wordt administratie belangrijker:
- Transacties,
- Inleg/onttrekkingen,
- Kosten,
- Dividend/rente,
- Aankoopsommen,
- Verkoopmomenten,
- En alles wat je broker/ bank rapporteert.
Niet omdat je dat leuk vindt, maar omdat je anders geen poot hebt om op te staan als er iets niet klopt.
4) Denk na over je beleggingsmix
Als je volledig in supervolatiele assets zit (aandelen met extreme swings, crypto, small caps), dan is het risico op “belasting betalen over pieken” groter. Een stabielere mix kan de pieken en dalen afvlakken. Niet sexy, wel effectief.
5) Ga op tijd scenario’s doorrekenen
Niet “paniek, ik moet emigreren”, maar wel: wat betekent een heffing op waardestijgingen voor mijn strategie?
- Wat als mijn portfolio 10% stijgt?
- Wat als het daarna 20% daalt?
- Wat als ik in een bullmarkt zit en de aanslag komt net voor een correctie?
Als je dat één keer doorrekent, ga je heel anders kijken naar liquiditeit, spreiding en planning.
6) Heb je een BV/holding? Check het verschil tussen privé en zakelijk
Steeds meer mensen zullen vermogen vaak “via een BV” laten lopen.
Dat kán kloppen, maar dat is precies het punt waar je met een fiscalist moet zitten: wat is privé, wat is zakelijk, wat zijn de spelregels, wat is haalbaar en wat is wenselijk?
Ik vertel hier zelf meer over hoe jij dit kan doen op mijn mini events (wil je daarbij zijn, druk op de link)
Extra: een simpel voorbeeld (zodat je het écht voelt)
Stel (lekker afgerond, want we zijn geen spreadsheetrobot):
- Jij hebt € 80.000 belegd in een wereld-ETF.
- Het is een topjaar en je portefeuille stijgt 12%.
- Op papier heb je dan € 9.600 “winst”.
Als een stelsel uitgaat van aanwas (waardestijging) als onderdeel van “werkelijk rendement”, kan het dus zijn dat die € 9.600 (na een eventuele vrijstelling voor rendement) wordt meegenomen als grondslag. In toelichtingen rond het voorstel wordt bijvoorbeeld gesproken over een “heffingsvrij rendement” (in voorbeelden zie je bedragen zoals € 1.800 per persoon per jaar terugkomen) en daarna een heffing (in veel stukken wordt 36% genoemd).
Hoe voelt dat in het echte leven?
- Je hebt niet verkocht.
- Je hebt geen € 9.600 cash “binnen”.
- Maar je kunt wél een aanslag krijgen die je uit je spaargeld of door verkoop moet betalen.
En nu het pijnlijke scenario:
- Jaar 1: +12% (belasting over papieren winst)
- Jaar 2: -15% (markt corrigeert, je portfolio staat lager)
- Jij hebt dan al belasting betaald over een winst die achteraf (deels) verdwijnt.
Dat is precies waarom mensen zeggen: “dan word ik gedwongen om te verkopen op het verkeerde moment.”
Geldt dit dan voor álles? Aandelen, crypto, vastgoed?
In berichtgeving over het voorstel wordt in elk geval genoemd dat het zou gaan om o.a. “spaargeld” en de “waardestijging van aandelen of vastgoed”, met uitzonderingen die nog onderwerp van debat kunnen zijn (bijvoorbeeld aandelen in start-ups worden in berichtgeving genoemd als uitzondering).
Voor crypto wordt óók veel gespeculeerd over impact, juist omdat volatiliteit daar de norm is (grote stijgingen → grote “papieren” winsten). Maar ook daar geldt: de precieze uitwerking en definities zijn leidend, en die kunnen nog schuiven.
Bottom line: als jij in assets zit met flinke swings, dan is het logisch dat je extra alert bent op hoe “waardestijging” precies belast gaat worden.
Extra praktisch: 7 vragen om aan je fiscalist/boekhouder te stellen
Als je wél actie wil (zonder meteen in standje paniek te schieten), neem dan deze vragen mee naar je volgende gesprek:
- Als het nieuwe stelsel er komt: welke gegevens moet ik nu al bijhouden zodat ik straks niet ga zweten?
- In mijn situatie: waar zit het grootste risico op “belasting zonder cash”?
- Hoe groot moet mijn belastingbuffer ongeveer zijn bij verschillende rendementsscenario’s?
- Is mijn huidige verdeling privé/zakelijk logisch, of loop ik risico’s die ik nu niet zie?
- Wat zijn de belangrijkste “deadlines” of momenten waarop ik moet bijsturen richting 2026/2028?
- Welke uitzonderingen/overgangsregels zijn relevant voor mijn type vermogen (bijv. vastgoed, start-up participaties, crypto)?
- Wat is de minst gedoe-route qua administratie en bewijsvoering als de Belastingdienst vragen stelt?
Je hoeft niet alles nu al om te gooien.
Maar je wil wél dat jij degene bent die de spelregels snapt, niet degene die in 2028 denkt: “Huh, hoezo moet ik nú betalen?”
12) De onderstroom: vermogen opbouwen wordt een ‘politiek onderwerp’
Dit gaat dus impact op jouw gedrag:
Als vermogen opbouwen steeds meer wordt afgeroomd (zeker in de opbouwfase), dan wordt het voor mensen lastiger om:
- minder te werken,
- meer vrijheid te kiezen,
- financiële stress te verlagen,
- en überhaupt vermogen op te bouwen naast een normaal leven.
En dát is precies waarom dit onderwerp zoveel losmaakt.
Het gaat niet om “rijke mensen pesten” of “arme mensen helpen”.
Het gaat om de vraag: wil je dat de middenklasse vermogen kan opbouwen, of maak je dat structureel moeilijker?
Die vraag is politiek. Maar de gevolgen zijn persoonlijk.
13) En nu? Wat we wél zeker weten (en wat nog niet)
Wat we redelijk zeker weten uit officiële communicatie:
- het kabinet stuurt op invoering per ‘1 januari 2028”,
- en daarvoor is aannemen vóór “15 maart 2026” cruciaal.
Wat nog discussie is:
- de exacte vorm (aanwas vs winst),
- uitzonderingen (bijv. start-ups worden in berichtgeving genoemd als mogelijk uitzonderingsgebied),
- uitvoerbaarheid en administratieve last,
- en hoe snel/óf er later nog een verschuiving richting een bredere vermogenswinstbelasting komt.
Dus als je één ding meeneemt: “dit staat nog niet in beton”, maar het is ook niet meer “ver weg”.
Het is beleid in de maak met een harde planning.
14) Tot slot: mijn vertaling van de boodschap in één zin
Als Nederland in 2028 echt belasting gaat heffen op waardestijgingen die je nog niet hebt gerealiseerd, dan verandert dat de spelregels van vermogensopbouw en vooral de ‘gewone’ belegger kan daardoor gedwongen worden om tegen zijn eigen lange termijn plan in te handelen.
Of nog simpeler:
“Papieren winst kan straks echte belasting worden.”
En daar mag je best iets van vinden.
Zie jij dit als “eerlijker”, of als “een rem op vermogensopbouw”?
En wat zou jij liever zien: belasting bij verkoop, of ook al tijdens de rit?
Of wordt het tijd ook voor jou om een BV op te zetten en je vermogen naar box 2 te halen?
Laat je reactie achter: wat vind jij ervan?

