Stel je even dit voor.
Je beleggingsportefeuille knalt omhoog. Je denkt: lekker, dit is precies waarom ik eindelijk ben begonnen met investeren. Je ziet die grafiek, je voelt je een beetje volwassen, je denkt aan later, aan vrijheid, aan eerder stoppen met werken, aan “geld dat geld maakt”.
En dan komt de Belastingdienst langs met:
“Gefeliciteerd met je rendement. Mag ik even 36%…?”
En jij denkt: huh? Maar ik heb nog niks verkocht. Ik heb niks gecasht. Het staat alleen op een schermpje.
Welkom in de discussie die Nederland op dit moment op z’n kop zet: belasting heffen op (deels) ongerealiseerde winst in box 3. Of zoals veel mensen het noemen: belasting op papieren winst.
In dit artikel neem ik je mee in normale mensentaal. Wat is box 3 ook alweer? Waarom wordt dit nu bedacht? Wat is “vermogensaanwasbelasting” en waarom klinkt dat als een woord dat je alleen kunt verzinnen als je écht te lang achter een beleidsbureau hebt gezeten? En vooral: wat betekent dit voor jou als ondernemer, belegger, spaarder, of gewoon iemand die vermogen wil opbouwen voor later?
Dit is géén juridisch of financieel advies. Dit is wél de uitleg die je nodig hebt om niet dom in paniek te raken, maar slim te handelen.
Waar gaat deze hele ophef over?
In de video “36% Belasting op Ongerealiseerde Winst: Zijn ze achterlijk?!” (die rondgaat alsof het gratis bier is), wordt uitgelegd dat Nederland aanstuurt op een nieuw box 3-stelsel richting 2028.
De kern van de kritiek is simpel:
- Je betaalt niet alleen belasting over rente en dividend (logisch).
- Maar óók over waardestijgingen van je beleggingen (aandelen, ETF’s, crypto) zélfs als je nog niets hebt verkocht.
- En dat kan betekenen dat je belasting moet betalen zonder dat je cash hebt ontvangen.
Dat laatste is de pijn. Want belasting betalen is één ding. Belasting betalen terwijl je het geld niet hebt, is een tweede. Dan krijg je het gevoel dat je een soort abonnement hebt afgesloten op stress.
En dat gevoel wordt nóg sterker als je bedenkt hoe beleggen werkt: volatiliteit, schommelingen, jaren omhoog, jaren omlaag. Je kunt in jaar 1 een papieren winst hebben en in jaar 2 weer terugvallen. Maar als jij in jaar 1 al belasting hebt betaald… dan voelt dat alsof je een boete krijgt voor iets dat je nooit echt hebt gehad.
Even terug: wat is box 3 eigenlijk?
Box 3 is de belastingbox in Nederland voor je vermogen: spaargeld, beleggingen, crypto, tweede woning/verhuurpand (niet je eigen huis), edelmetalen, vorderingen, noem maar op.
Het idee: de overheid wil belasting heffen over wat jij “verdient” met je vermogen.
En daar ging het jarenlang mis. Want jarenlang werd niet gekeken naar wat jij écht verdiende, maar naar een fictief rendement: de Belastingdienst ging er vanuit dat jij gemiddeld een bepaald percentage rendement maakte, en daar betaalde je belasting over.
Waarom werkte dat ooit “prima” (en waarom ging het daarna fout)?
In tijden dat spaarrentes hoog waren, voelde box 3 voor veel mensen niet als een schandaal. Je spaarde, je kreeg rente, je betaalde een beetje belasting. Klaar.
Maar toen kwamen de jaren met lage spaarrente (zelfs rond nul). Toen betaalden mensen belasting alsof ze rendement maakten, terwijl ze in werkelijkheid soms amper rente kregen.
Dat leidde tot enorme juridische discussie en uiteindelijk tot een belangrijk moment in box 3-land: het Kerstarrest.
Het Kerstarrest en de box 3-soapserie
In december 2021 kwam de Hoge Raad met het beroemde Kerstarrest. De boodschap (in gewone mensentaal): als de overheid belasting heft op rendement dat jij niet hebt gehad, dan kan dat strijdig zijn met je rechten.
Het gevolg: box 3 moest op de schop.
Maar ja… een nieuw stelsel bouwen is niet alsof je even een nieuwe brochure maakt in Canva. Er kwamen tijdelijke oplossingen, overbruggingsstelsels, reparaties, procedures, en vooral: jaren van onzekerheid.
En nu is de politiek bezig met de volgende grote stap: box 3 baseren op werkelijk rendement. Dat klinkt eerlijk. Dat klinkt logisch. Dat klinkt als: eindelijk.
Tot je hoort hoe ze dat “werkelijk” willen meten.
Werkelijk rendement: klinkt eerlijk, maar… welke versie?
“Werkelijk rendement” kan namelijk twee dingen betekenen:
- Vermogenswinstbelasting: je betaalt belasting als je verkoopt (dus als je winst echt realiseert).
- Vermogensaanwasbelasting: je betaalt belasting over waardestijgingen, ook als je niet verkoopt (dus óók over papieren winst).
En precies hier ligt de discussie.
Vermogenswinstbelasting (bij verkoop)
Dit is wat veel mensen intuïtief logisch vinden.
- Je koopt een ETF voor €10.000.
- Je verkoopt later voor €15.000.
- Je winst is €5.000.
- Dáárover betaal je belasting.
Je betaalt dus pas als je geld echt binnen is gekomen. Geen cashflow-drama. Geen gedwongen verkoop. Geen “belasting betalen met lucht”.
Vermogensaanwasbelasting (jaarlijks afrekenen)
Hier wordt het spicy.
- Je koopt een ETF voor €10.000.
- Aan het einde van het jaar staat hij op €15.000.
- Je hebt €5.000 papieren winst.
- Daarover betaal je belasting… zelfs als je niets hebt verkocht.
En dan is het volgende scenario ineens niet meer hypothetisch:
- In jaar 2 daalt de ETF terug naar €10.000.
- Jij hebt over die €5.000 winst wél belasting betaald.
- Maar je winst is verdwenen.
Dan voelt het alsof je belasting hebt betaald op een feestje waar je niet eens bij was.
Waarom wil de overheid dit dan tóch?
In de video wordt een paar keer hardop gezegd wat veel mensen denken, maar niet hardop durven zeggen: de overheid wil geld. Nu. Niet later.
Als je pas belasting heft bij verkoop, kunnen mensen verkoop uitstellen. En daarmee stel je belastingopbrengst uit. Voor de overheid is dat onhandig. Zeker als er begrotingsgaten zijn, kosten oplopen, en iedereen “iets” moet bijdragen.
Dus het argument pro aanwasbelasting is meestal:
- Het voorkomt dat mensen heffing eindeloos uitstellen.
- Het levert jaarlijks belastinginkomsten op.
- Het sluit beter aan bij “werkelijk” rendement (want waardestijging is ook rendement, zeggen ze).
Maar tegenstanders (en veel beleggers) zeggen:
- Je belast iets wat nog niet is gerealiseerd.
- Je creëert een cashflowprobleem.
- Je raakt juist de mensen die vermogen willen opbouwen.
En dat laatste is belangrijk: veel mensen denken bij “belasting op rendement” aan “rijke mensen”. Maar in de praktijk zijn het vaak juist de middenklasse en de serieuze opbouwers die geraakt worden: mensen die elke maand inleggen, jarenlang volhouden, en compounding nodig hebben om ooit ergens te komen.
Het echte probleem: je sloopt rente-op-rente
Beleggen heeft één superkracht: tijd.
Niet “trading”, niet “snelle winst”, niet “even een muntje pakken”. De superkracht van beleggen is dat je geld kan groeien op geld.
Rente-op-rente. Compounding. Sneeuwbal.
Als jij jaarlijks een stuk winst afroomt (door belasting), dan wordt die sneeuwbal kleiner. Elk jaar opnieuw.
En dat is niet alleen “jammer”. Dat is wiskunde.
Waarom compounding zo hard wordt geraakt
Stel je maakt winst op je beleggingen. Normaal gesproken blijft die winst in je portefeuille zitten en kan hij meedoen in het volgende groeijaar. Dat is compounding.
Maar als je jaarlijks belasting betaalt over die winst, dan haal je kapitaal uit het systeem. En kapitaal dat eruit is, kan niet meer meedoen.
Het effect daarvan wordt pas écht groot op lange termijn. Over 5 jaar voelt het misschien “te doen”. Over 20 of 30 jaar is het verschil absurd.
Dat is ook waarom dit plan zoveel emoties oproept: het raakt direct aan de droom die veel mensen hebben.
- Vroeger stoppen met werken.
- Niet afhankelijk zijn van één inkomen.
- Vermogen opbouwen naast je bedrijf.
- Iets achterlaten voor je kinderen.
- Gewoon: vrijheid.
En als je het compounding-effect saboteert, maak je die route naar vrijheid langer, zwaarder en duurder.
Het cashflow-probleem: belasting betalen zonder cash
Oké, even heel simpel.
Als jij belasting moet betalen, heb je cash nodig. Geld dat je kunt overmaken.
Bij vermogensaanwasbelasting kan het gebeuren dat je belasting moet betalen over winst die je niet hebt ontvangen, omdat je niets hebt verkocht.
Waar haal je dan het geld vandaan?
- Uit je spaargeld / buffer
- Uit je maandelijkse inkomen
- Of… door je beleggingen te verkopen
En daar zit de grootste pijn.
Want als je gedwongen wordt te verkopen, kan dat op een moment zijn dat je eigenlijk níet wil verkopen. Bijvoorbeeld als de markt net gedaald is.
Je creëert dus een systeem waarin mensen mogelijk moeten verkopen op slechte momenten, puur om hun belasting te kunnen betalen.
Dat is niet alleen vervelend. Dat kan structureel rendement kosten. Want je verkoopt precies in de fase waarin lange termijn beleggers juist willen blijven zitten.
Volatiliteit maakt dit nog erger
Voor spaargeld is het allemaal redelijk voorspelbaar. Maar voor beleggingen is het dat niet.
Aandelen bewegen.
Crypto beweegt harder.
Groeiaandelen kunnen in één jaar +80% doen en het jaar erna -50%.
In een aanwasstelsel kan dat betekenen:
- je betaalt belasting in een jaar van stijging,
- maar je krijgt niet automatisch “compensatie” als je daarna daalt (en hoe die verliesverrekening precies uitpakt, is een enorm discussiepunt).
Het gevolg: mensen die juist investeren in assets met volatiliteit (en dat zijn vaak de assets die op lange termijn veel groei kunnen geven) worden relatief hard geraakt.
Inflatie: belasting op nep-winst
En dan is er nog een andere pijn die veel mensen voelen: inflatie.
Als je portefeuille 5% stijgt en inflatie is 5%, dan heb je in koopkracht eigenlijk niets gewonnen. Je hebt alleen je geld “bijgehouden”.
Maar als je wél belasting betaalt over die 5% stijging, dan betaal je belasting over iets dat in de realiteit geen echte winst is.
Dat voelt dubbel. Want inflatie is al een soort “onzichtbare belasting” op je geld. En dan komt er een zichtbare belasting bovenop.
Waarom andere landen dit (bijna) niet doen
In de video wordt gezegd: “andere landen zijn niet achterlijk, ze doen dit niet voor niets.”
De kern daarvan is: veel landen heffen belasting op gerealiseerde vermogenswinst (bij verkoop), of hebben andere systemen die minder cashflow-problemen veroorzaken.
Dat betekent niet dat Nederland “het domste jongetje van de klas” is. Maar het betekent wel: dit is internationaal gezien een opvallende keuze, en daarom wordt er ook zo fel op gereageerd.
Complexiteit: administratie, doenvermogen, en “ga dit maar eens uitleggen”
Een ander groot punt: dit stelsel kan administratief intens worden.
Want als je echt naar “werkelijk rendement” gaat, moet je dingen bijhouden zoals:
- aankoopprijs,
- verkoopprijs,
- waardemutaties,
- dividend en rente,
- kosten,
- bij vastgoed: verbeteringen, onderhoud vs investering, huurinkomsten, etc.
Voor sommige beleggingen wordt dat grotendeels automatisch aangeleverd (banken, brokers). Maar voor andere zaken niet. En dan ligt de last bij jou.
En heel eerlijk: als zelfs professionals zuchten bij box 3, dan weet je dat het voor de gemiddelde belastingplichtige niet “even een vinkje” wordt.
Het risico: meer fouten, meer discussies, meer onzekerheid.
De psychologische schade: mensen haken af
En dit is misschien wel het meest onderschatte effect:
Als mensen beleggen gaan associëren met “gedoe, stress, onzekerheid en belasting op lucht”, dan haken ze af.
Dan gaan mensen weer sparen. Of niets doen.
Maar niets doen is óók een keuze. En vaak een slechte.
Want als jij niets doet met je geld, vreet inflatie het langzaam op. En bouw je geen vermogen op.
Dus we komen in een bizarre situatie:
- Het systeem wil “eerlijker” worden.
- Maar het kan er juist voor zorgen dat mensen minder gaan investeren.
- En daarmee minder vermogen opbouwen.
- En daarmee afhankelijker blijven.
En dat raakt vooral de groep die juist probeert iets op te bouwen: ondernemers, zelfstandigen, gezinnen die geen topvermogen hebben maar wel discipline.
Gedragseffecten: box 2, beleggings-BV en “ik ben weg”
Wat gebeurt er als je regels maakt die mensen als onredelijk ervaren?
Dan gaan mensen zoeken naar routes.
Route 1: vermogen verschuiven naar box 2 (BV-structuur)
Mensen met grotere vermogens kunnen overwegen om te beleggen via een BV. Dan zit je in box 2 (via aanmerkelijk belang) en werkt de heffing anders.
Maar: dat is niet gratis.
- Je hebt vaste kosten (boekhouding, jaarrekening, administratie).
- Je moet het netjes structureren.
- Het is pas interessant vanaf bepaalde vermogens (en dat is per situatie anders).
Dus dit is geen “oplossing voor iedereen”. Maar wel iets waar vermogenden sneller naartoe bewegen.
En dan gebeurt er iets ironisch:
Het beleid dat bedoeld is om “de rijken” zwaarder te belasten, kan er juist voor zorgen dat de rijken makkelijker uitwijken naar structuren… terwijl de kleinere belegger in box 3 blijft hangen.
Route 2: emigratie / kapitaalvlucht
De video maakt er grappen over (fiets verkopen, ’s middags naar Portugal), maar in de basis is dit een reële afweging voor sommige mensen:
Als de last te hoog wordt, en je hebt flexibiliteit, dan ga je kijken naar alternatieven.
Niet iedereen gaat weg. Veel mensen willen in Nederland blijven vanwege familie, zorg, veiligheid, cultuur, scholen.
Maar het feit dat mensen er überhaupt over nadenken, zegt genoeg over de spanning die dit oproept.
En dan nu: wat betekent dit voor jou (praktisch)?
Oké. Genoeg boosheid. Genoeg theorie.
Wat kun jij hiermee?
Niet als “advies”, maar als slimme acties waarmee je grip krijgt.
1) Maak een Money Snapshot van je box 3
Pak een A4 en schrijf op:
- Spaargeld (hoeveel, waar, rente)
- Beleggingen (ETF’s, aandelen, fondsen)
- Crypto (welke, waar, totale waarde)
- Vastgoed (tweede woning / verhuur)
- Schulden (hypotheek op verhuurpand, andere leningen)
- Overig (edelmetalen, vorderingen)
Doel: je wil in één oogopslag weten wat je “waar” hebt.
Als je dat niet weet, ben je geen belegger. Dan ben je een verzameling losse keuzes.
2) Bouw een belastingbuffer (serieus)
Als je belegt in assets die hard kunnen stijgen (en dalen), zorg dan dat je een buffer hebt.
Niet voor “paniek”, maar voor flexibiliteit.
Want de ergste situatie is: je moet verkopen omdat je cash nodig hebt. Als je buffer hebt, heb je keuze.
3) Denk in scenario’s, niet in meningen
Het box 3-debat is emotioneel. Logisch. Maar jij wil cijfers.
Laat doorrekenen (of reken zelf) wat verschillende scenario’s doen:
- Als rendement gemiddeld 6% is
- Als rendement gemiddeld 10% is
- Als je een jaar -20% hebt
- Als je een jaar +30% hebt
En kijk: waar zit jouw grootste kwetsbaarheid? Cashflow? Volatiliteit? administratie?
4) Check je structuur (zeker als je al een BV hebt)
Als jij ondernemer bent en al met een BV werkt, is het gesprek over box 2 vs box 3 sowieso relevant.
Niet om “te ontsnappen”, maar om te kijken wat verstandig is in jouw situatie:
- Wil je privé opbouwen?
- Wil je binnen de BV opbouwen?
- Wat is je horizon?
- Wat zijn je kosten?
- Wat is je doel: pensioen, vrijheid, vastgoed, passief inkomen?
Dit is precies zo’n onderwerp dat je niet op gevoel moet doen.
5) Blijf bij de kern: vermogen bouw je met discipline en tijd
Wat er ook gebeurt met box 3: de basis blijft.
- Consistent inleggen.
- Lange horizon.
- Niet in paniek verkopen.
- Begrijpen wat je doet.
- Niet rijk lijken, maar rijk worden.
En ja: regels kunnen het moeilijker maken. Maar stoppen is zelden de oplossing.
Tot slot: het is nog niet “klaar” en dat is precies het punt
De discussie rond box 3 gaat niet weg. Er zijn juridische vragen, uitvoeringsvragen, politieke afwegingen.
En zelfs als een wet “erdoor” lijkt te komen, kan er nog van alles veranderen in uitwerking, details, drempels, uitzonderingen, verliesverrekening en administratie-eisen.
Dus wat is jouw beste zet?
Niet paniek.
Niet wegkijken.
Niet klagen zonder plan.
Maar: begrijpen → doorrekenen → structuur kiezen → buffer bouwen → rustig blijven investeren.
Want als jij je geld laat liggen omdat je boos bent op het systeem, wint het systeem sowieso.
Mini disclaimer
Dit artikel is bedoeld als informatieve duiding en is geen persoonlijk financieel of juridisch advies. Wet- en regelgeving kan wijzigen en de impact is sterk afhankelijk van jouw situatie. Laat belangrijke keuzes altijd doorrekenen door een fiscalist/adviseur.
Wil je dat wij met je meekijken naar jouw vermogensopbouw en je scenario’s (box 3 vs box 2, buffer, strategie) helder maken in normale taal?
- Boek een (gratis) call waarin we je Money Snapshot samen scherp zetten.
- Of kom naar onze livedag waar we dit soort money moves stap voor stap uitwerken.

